Er bestaan vele tientallen verschillende bewijzen van de stelling van Pythagoras.
Pythagoras vond deze stelling rond 500 voor Christus aan de hand van de zgn. 3,4,5-driehoek. Hij wist uit ervaring dat elke driehoek met deze afmetingen (dus met zijden van 3, 4 en 5) een rechte hoek had. Uiteindelijk wist hij te bewijzen dat elke driehoek met de eigenschap a2 + b2 = c2 een rechte hoek had (met a en b de rechthoekzijden en c de schuine zijde).
Maar ondanks dat deze stelling aan Pythagoras wordt toegewezen zijn er bewijzen gevonden dat deze stelling al door de oude Chinezen omstreeks het jaar 2000 voor Christus bekend was.
Hieronder volgen een aantal bewijzen voor deze stelling.