Kansrekening

1. Voor een spel op een kinderfeestje wordt een soort fruitautomaat gemaakt. Deze bestaat uit drie wielen met op elk wiel drie soorten fruit: appels, bananen en peren.

a. Teken een boomdiagram dat bij deze fruitautomaat hoort.
b. Hoeveel volgordes zijn er in totaal mogelijk?

Je kunt op dezelfde manier ook andere fruitautomaten maken. Bijvoorbeeld met vijf wielen, waar op elk wiel zes verschillende soorten fruit staan.

c. Bereken hoeveel volgordes er bij deze fruitautomaat mogelijk zijn.

2. Hiernaast zie je een tekening van een rechthoekige schietschijf die je bij boogschieten kunt gebruiken. De afmetingen van de drie rechthoekige gedeelten vind je in de tekening hiernaast.

a. Leg uit dat de oppervlakte van het grijze deel 900 cm 2 is.
b. Bereken ook de oppervlakte van het witte deel.

Marga schiet zonder te mikken 36 keer op de schijf. Mist ze, dan telt dat niet mee. Ze mag het dan nog een keer proberen.

c. Voorspel hoe vaak Marga het zwarte deel, hoe vaak zij het grijze deel en hoe vaak zij het witte deel zal raken. Leg je antwoord uit.

3. In een automaat met 30 kauwgumballen zitten 18 paarse en 12 witte ballen. Rens trekt 10 ballen en eet ze op. Als Jeroen een kauwgumbal mag trekken heeft hij 25% kans dat dit een witte is.
Hoeveel paarse ballen heeft Rens opgegeten? Licht je antwoord toe.

4. Hieronder zie je welke kaarten er allemaal in een volledig kaartspel zitten.

a. Neem over en vul in: De kans dat je als eerste kaart een boer (de kaart met een “J” erop) trekt is ... op de ...
b. De getrokken kaart was ruitenboer en deze kaart wordt niet bij het spel teruggelegd. Hoe groot is de kans dat de tweede kaart die getrokken wordt een plaatje is? Leg je antwoord uit.
c. De tweede kaart die getrokken wordt, blijkt schoppenaas te zijn.
d. Ook deze kaart wordt weer niet teruggelegd. Er wordt een derde kaart uit het kaartspel getrokken. Hoe groot is de kans dat je een zwart plaatje trekt? Leg je antwoord uit.

5. Bij een tennisclub heeft men onderzocht of veel jeugdleden roken. De resultaten van het onderzoek staan in de tabel hieronder.

  Roker Niet-roker
Aantal jongens
Aantal meisjes
88
36
132
144

Tijdens het openingstoernooi van het nieuwe tennisseizoen zijn alle jeugdleden aanwezig. De voorzitter heeft de namen van de jeugdleden in een ton gedaan en begint met de loting voor de wedstrijden die gespeeld gaan worden. Uit de ton trekt de voorzitter één naam.

a. Bereken de kans dat dit een niet-roker is?
b. Bereken de kans dat dit een meisje is?
c. Bereken de kans dat het een rokende jongen is.

Statistiek

6. In klas 3M zitten 25 leerlingen. Op het eindrapport stonden ze de volgende cijfers voor wiskunde:

4, 9, 4, 6, 7, 7, 6, 8, 8, 6, 5, 5, 5, 7, 6, 8, 6, 5, 4, 5, 8, 6, 6, 7, 3

a. Maak een frequentietabel bij deze cijfers.
b. Bereken met deze tabel het gemiddelde cijfer (in één decimaal nauwkeurig).
c. Welk cijfer is de modus?
d. Bereken hoeveel procent van de klas een voldoende had.

7. Voor de middag van de sportdag kunnen de leerlingen kiezen uit vier verschillende sporten nl. voetbal, volleybal, handbal en hockey. Er kiezen 34 leerlingen voor voetbal, 20 leerlingen voor volleybal, 11 voor handbal en 52 voor hockey.
Verwerk deze gegevens in een cirkeldiagram (laat alle berekeningen zien!).

8. Zie onderstaande dubbele steelbladdiagram met gegevens over de lengte van de leerlingen uit klas H5A en H5B gemeten in centimeters.

lengte H5A

 

lengte H5B

5

3 5

2 3 3 5 7

0 2 2 5 5 5 8 9

1 2 3 3 6

0

14

15

16

17

18

19

1

6 4 1 1

8 8 3 2 1

9 9 5 4 2 2

5 5 5 1 1

0 0

a. Hoe lang is de langste leerling uit H5B?
b. Bereken hoeveel procent van de leerlingen uit klas H5A is langer dan 180 centimeter.
c. Bereken de gemiddelde lengte van de leerlingen uit klas H5A?
d. Welke lengte is de mediaan uit klas H5B?

9. Hieronder zie je de tijden die op de 60 m sprinten bij gym door klas 2F zijn gelopen.

Gemeten tijden in seconden

9,7

9,2

9,5

9,6

10,6

9,6

9,4

9,7

9,1

9,5

9,4

9,6

8,9

9,9

10,3

9,6

11,2

11,4

9,5

10,2

9,2

9,7

9,5

9,6

a. Neem klassen van 8,5 tot en met 8,9; van 9,0 tot en met 9,4; enzovoort. Maak bij deze klassenindeling een frequentietabel.
b. Welke klasse is de modale klasse?
c. Teken een staafdiagram bij deze klassenindeling

10.Sarah heeft in de maand mei elke dag om 15:00 uur de temperatuur gemeten in graden Celsius. Hiervan heeft ze de volgende lijst gemaakt:

12.2

12.5

12.8

13.5

12.0

14.1

15.2

16.1

16.2

16.1

17.0

18.2

18.1

18.0

15.1

14.9

13.5

13.6

13.5

13.0

14.1

15.2

15.0

16.1

17.5

17.9

18.6

18.9

19.1

18.7

20.3

 

 

 

 


De temperaturen worden ingedeeld in klassen van 2 graden. De eerste klasse loopt van 12 ºC tot 14 ºC.

a. Maak een frequentietabel bij deze klassenindeling.
b. Teken een staafdiagram bij deze klassenindeling.
c. Welke klasse is de modale klasse?
d. Bereken met behulp van de klassenmiddens de gemiddelde temperatuur van de maand mei (rond af op 1 cijfer achter de komma).
d. Bereken hoeveel graden wijkt deze af van het ‘echte’ gemiddelde?

11. Hieronder staan de cijfers van het eindrapport van 2A.

4, 5, 7, 8, 3, 9, 7, 9, 6, 5, 7, 7, 5, 8, 6, 8, 9, 7, 5, 6, 7, 5, 8, 7, 5, 7.

a. Maak een frequentietabel bij deze cijfers.
b. Bepaal de modus en de mediaan van deze cijfers.
c. Bereken het gemiddelde cijfer.

12.
zakgeld aantal jongeren
€ 2,- € 2,50 € 3,- € 3,50 € 4,- 2 8 11 4 1

Aan een groep van 26 13-jarigen is gevraagd hoeveel zakgeld ze krijgen. In de tabel hierboven zie je hoeveel ze per week krijgen.

a. Bereken het gemiddelde zakgeld van de mensen uit deze groep.
b. Wat is het modale zakgeld van deze jongeren?
c. Welk zakgeld is de mediaan?

13. Op een school is 6% van de leerlingen afwezig. Het gaat hier om 93 leerlingen die afwezig zijn.

a. Hoeveel leerlingen zitten er op die school?
b. Van een andere school zijn 54 van de 1200 leerlingen afwezig. Hoeveel procent is dat?
c. Als je de leerlingen van die twee scholen samen neemt en ook de aantallen afwezige leerlingen bij elkaar optelt, hoeveel procent van de leerlingen is die dag dan afwezig?

14.

a. De prijs van een DVD speler is € 90,00. Maar over dit bedrag moet nog 17,5 % BTW worden betaald. Wat wordt de prijs, als je het BTW bedrag erbij optelt?
b. Neem de tabel hieronder over en vul de ontbekende getallen in (bedragen en/of procenten en vergeet de berekening niet!).

 

Prijs exclusief BTW

% BTW

Prijs inclusief BTW

1

238,00

...

252,28

2

...

17,50

143,50

3

22,50

17,50

...

15. Victor wil een printer voor zijn computer kopen. In winkel A ziet hij een printer staan die hij wil hebben. Deze printer kost € 399,00 exclusief 17,5 % BTW. In winkel B ziet hij exact dezelfde printer staan, inclusief BTW voor € 550,00. Bij winkel A krijgt hij als student geen korting, bij winkel B krijgt hij als student 15 % korting. Bij welke winkel kan hij het beste zijn printer aanschaffen?

16.

a. In klas 2G zijn van de 25 leerlingen 15 meisje. Schrijf in gewone breuken, welk deel van 2G meisje is.
b. In klas 2F zijn van de 27 leerlingen 7 meisje. Schrijf in een decimaal getal, welk deel van 2F meisje is.
c. Reken voor zowel klas 2F als klas 2G uit hoeveel procent meisje is.
d. In klas 2H zijn van de 31 leerlingen 21 meisje. Reken voor klas 2H uit hoeveel procent jongen is.

17. In een literfles cognac zit 42 % alcohol. Frits drinkt op een avond 5/6 deel van de fles leeg. Hoeveel alcohol heeft hij binnen gekregen.

Mochten er fouten in bovenstaande opgaven zitten of heb je aanvullingen? Dan hoor ik dat graag: .
Ook als je zelf opgaven hebt waarvan je vindt dat ze hier tussen passen, dan ontvang ik ze graag.